De sociale driegeleding onderscheidt in de samenleving drie gebieden:

Het gebied waarin de individuele mens zich ontwikkelt en vaardigheden oefent of uitoefent; dit is het geestesleven (culturele leven) waar vrijheid noodzakelijk is om ontwikkeling mogelijk te maken
Het gebied waarin mensen samenleven en wetten en regels vormen; dit is het gebied van het rechtsleven waar gelijkheid moet gelden
Het gebied waarin mensen zorgen voor elkaars behoeften; dit is het gebied van de economie waar broederschap het heersende principe zou moeten zijn.

De Sociale Hoofdwet:
”Het welzijn van een geheel van samenwerkende mensen is des te groter naarmate het individu minder aanspraak maakt op het resultaat van zijn prestaties, dat wil zeggen naarmate hij deze opbrengsten meer aan zijn collega’s laat en naarmate zijn eigen behoeften niet vanuit zijn eigen prestaties maar vanuit de prestaties van de anderen bevredigd worden.”
Een kortere versie van de wet: “Het welzijn van de mensen is des te hoger naarmate het egoïsme geringer is.”
De sociale hoofdwet biedt een helder perspectief voor ieder die de wereld tot een plaats wil maken waar mensen, álle mensen, een menswaardig bestaan kunnen opbouwen en in rechtvaardige 3490omstandigheden kunnen leven. Een groots ideaal – en daarmee onbereikbaar? ”Steeds waar deze wet zichtbaar wordt, waar iemand in de geest van deze wet actief is voor zover hem dat mogelijk is op de plaats die hij in een mensengemeenschap inneemt: daar wordt iets goeds bereikt, hoe bescheiden ook.”
Een aanbevelingswaardig boekje: Deze uitgave bevat de drie artikelen waarin Rudolf Steiner de sociale hoofdwet formuleerde, de voordracht Broederschap en de strijd om het bestaan en is voorzien van een inleiding en nawoord door John Hogervorst.[Nearchus CV, 2009] Uit GA 34 en 54Verbeter de wereld (en begin samen)

Driegeleed en duurzaam
John Hogervorst

 Duurzaamheid is tegenwoordig een begrip dat in vele maatschappelijke gebieden een rol speelt. In de landbouw wordt het streven naar duurzaamheid het meest serieus genomen door biologisch- of biologisch-dynamisch werkende boeren. In productieprocessen wordt steeds duurzamer omgegaan met grondstoffen. Het aandeel duurzame energie groeit en in de wereld van het bouwen is duurzaamheid een factor die meer en meer de dagelijkse praktijk in komt. Het streven naar duurzaamheid wint gestaag meer terrein en blijkt geen eendagsvlieg.
Dat maakt het misschien interessant om tot gedachten te komen waarin het begrip duurzaamheid wordt verruimd. Ieder weldenkend mens zal namelijk in dit begrip een positieve, toekomstgerichte waarde kunnen erkennen. Als dat zo is, is het zaak dit begrip uit te spreiden en uit te breiden door het met steeds meer gebieden te verbinden. Daarmee betrekken we de toekomst in het handelen van vandaag.
Duurzaamheid heeft tot dusverre vooral betrekking op de verhouding van de mens tot de aarde: duurzame landbouw, duurzaam omgaan met grondstoffen, duurzame energie. Het duurzaam omgaan met alles dat we in materiële zin op aarde aantreffen zou expliciet en bewust de basis van alle economische activiteit moeten (en kunnen) zijn.

 Het ligt natuurlijk erg voor de hand om het begrip duurzaamheid te beschouwen tegen de volle breedte van het leven van de mens en het niet alleen te verbinden met het gebied waarin de mens bezig is met dat wat de aarde materieel biedt (dat is het gebied van de economie). Nee, niet alleen het menselijk overleven (een typering van dat wat economische activiteit mogelijk maakt), ook het menselijk streven en het menselijk samenleven zouden in een duurzaam perspectief geplaatst kunnen worden.
Een duurzame toekomst voor de mens is er immers nog niet wanneer alleen in de economie een balans is gevonden tussen wat de mens gebruikt en wat de aarde biedt. Ook het gebied van de verhoudingen van mens tot mens (de vormgeving van alle sociale verbanden) én het gebied van het streven dat zin biedt aan het individuele menselijke bestaan, dienen ‘verduurzaamd’ te worden.

Wanneer we ons afvragen wat er voor nodig is om zo ver te komen… komen we op de kernpunten van de sociale driegeleding:
Wanneer producten de juiste prijs zouden dragen, zou daarin de eventuele schade die een bepaald productieproces aan de aarde toebrengt, mee berekend moeten zijn;
Dat zou er, waarschijnlijk in opmerkelijk korte tijd, toe leiden dat productieprocessen worden omgebogen; verduurzaamd;
Om tot die juiste prijs te komen is ook een verandering noodzakelijk van de manier waarop we met het eigendom van grond en productiemiddelen omgaan: die zouden onverhandelbaar moeten zijn en bewerkt en gebruikt moeten worden door diegene die daarvoor de geschikte capaciteiten hebben;
Zij zijn namelijk als beste in staat om vakkundig en met zorg – dat is duurzaam – met deze middelen om te gaan;
Om te stimuleren dat er voldoende capabele, ondernemende mensen zijn om deskundig en duurzaam in de economie actief te zijn, dient het gebied van onderwijs en wetenschap een energiek, vitaal, bruisend karakter te hebben;

En dat veronderstelt dat alles wat hier, in onderwijs en wetenschap, plaatsvindt kan berusten op de deskundigheid van hen die daar werken en de behoeften en ontwikkelingsmogelijkheden van hen die daar geschoold en onderwezen worden;
De aanzet tot het waarmaken van de richting die hier wordt aangeduid ligt ook in dit vrije gebied: het is de vrije ruimte waarin we inspiratie, idealen, ideeën en inzichten wekken en laten groeien: we werken hier aan het bewustzijn dat voorafgaat aan de praktijk van morgen;
Om de vrijheid van dit gebied enerzijds te waarborgen, de dynamiek van economische krachten anderzijds in hun eigen gebied te houden, geven we een nieuwe invulling aan dat wat we nu als democratie kennen;
Dat doen we door dáár, in de democratie, slechts datgene aan de orde te stellen waarover een mondig mens oordelen, en dus mee-besluiten kan. Die zaken komen ook daar, en nergens anders, in besluitvormende zin aan de orde.

 Wie voor duurzaamheid kiest, kiest voor de sociale driegeleding. Duurzaamheid 3.0.

Alleen op weg naar de sociale driegeleding?
John Hogervorst

Van de vele problemen die de wereld kent is dat van de verdeeldheid misschien wel het grootst. Verdeeldheid heerst alom, in het groot en in het klein, ver weg en dichtbij. Verdeeldheid, splitsing, tegenstelling, onbegrip en strijd vormen nuances van één en dezelfde kleur.
Wereldwijd is er verdeeldheid in de verdeling van welvaart, verdeeldheid tussen religies, tussen politieke en economische machten.
In veel landen is er een groeiende verdeeldheid tussen overheid en burger en democratische systemen vertonen barsten vanwege opkomende radicale bewegingen. Economische ontwikkelingen versterken de neiging om eerst aan zichzelf te denken en harder te oordelen en te handelen jegens anderen: nu het er weer op aan komt is het ‘ieder voor zich’.
Het openbaar gesprek over actuele thema’s is, net zo goed als het door radio, tv of internet aangeboden amusement, grover en scherper dan voorheen; zaken als beleefdheid of invoelingsvermogen worden eerder als zwakheid dan als kwaliteit gezien.

Zo kunnen we ten volle beleven hoe de mens meer dan ooit individu geworden is. Ons ‘ik’ is wakker geworden in de loop van het proces dat de rode draad van de ontwikkeling van de mensheid vormt. Het wakker worden van ons ik gaat gepaard met een afgrenzende beweging: om zich als ik te beleven is het noodzakelijk een grens te ervaren tussen ik en de anderen. Zo zijn sociale verbanden, die in het verleden instinctmatig of op basis van hogere autoriteit gevormd werden, in onze tijd aan het uiteenvallen. Een vanzelfsprekend sociaal geheel, waarvan de mens vroeger deel uitmaakte, is niet meer vanzelfsprekend en houdt dus als zodanig op te bestaan.
Daarmee is het vraagstuk van de verhouding van het individu tot het sociale geheel groter en dringender dan ooit.
Het mag allemaal eigenlijk weinig verbazing wekken, Rudolf Steiner beschreef deze ontwikkeling, de emancipatie van het individu, al in 1898 in de zogenaamde ‘sociologische basiswet’. Dat deze emancipatie van het individu in onze tijd de verdeeldheid heeft aangenomen als haar meest karakteristieke uitdrukking, kan worden gezien als hobbel maar ook als katalysator op de weg naar het doel van het zich ontwikkelende individu. Dat doel heeft alles te maken met vrijheid, waarbij dan bedacht mag worden dat vrijheid in essentie nimmer een individuele aangelegenheid kan zijn. Werkelijk vrij is de mens pas als vrijheid voor alle mensen een realiteit is.
Maar hoe intrigerend het doel van de menselijke ontwikkeling ook moge zijn, verdeeldheid is de werkelijkheid van vandaag. In al haar gedaanten is de verdeeldheid te herleiden tot de wil en het vermogen van het individu tot verbinding (al zullen sommigen hier misschien liever lezen: onwil en onvermogen maar tussen onwil en wil, en tussen onvermogen en vermogen, gaapt geen kloof en liggen slechts kleine stappen).

Het kan vruchtbaar zijn om te beseffen dat het grootste sociale vraagstuk van deze tijd, dat van de verdeeldheid, een vraagstuk is dat niet buiten maar in mij ligt. De wereldwijde verdeeldheid berust op mijn vermogen tot verbinding met hetgeen buiten mij is.
Het concrete werken aan dit ‘wereldprobleem’ begint dus bij en in mijzelf.
Hoe verbind ik mij eigenlijk met de wereld, met ‘de anderen’?

Als een lerend, zichzelf ontwikkelend wezen heeft de mens de behoefte om dat wat hij tot vaardigheid heeft gemaakt in de sociale werkelijkheid te beoefenen, uit te oefenen en zelfs aan anderen over te dragen.
Als een op aarde levend, zich inspannend en handelend wezen heeft de mens behoefte aan dat wat mens en aarde kunnen voortbrengen, ter voeding en verzorging.
Als mens tussen mensen leeft in de mens de behoefte om actief mede vorm te geven aan het stelsel van regels, gewoonten en afspraken die dit gebied van mensen onderling ordenen.
Leven deze drie behoeften werkelijk in ieder mens? De lezer kan het in zichzelf naproeven.
Vervolgens is het mogelijk daadwerkelijk in te zien dat het vol en bewust beleven en vervullen van deze behoeften tegelijkertijd de meest vruchtbare weg is tot het scheppen van verbinding en tot het vormen van een sociaal geheel dat is gebouwd op en door de mens van deze tijd.

Zo lijkt de verdeeldheid wel haar bestaansrecht te vinden in het feit dat zij, afhankelijk van menselijke inspanningen, overwonnen zal worden door de kracht tot verbinding die als drieledige behoefte in ieder mens leeft.